Dr. de Groot expertise
Inleiding
Het ademhalingsstelsel bestaat uit de bovenste en de onderste luchtwegen, met als taak het opnemen van zuurstof uit de ingeademde lucht en het afgeven van koolzuur aan de uit te ademen lucht. De bovenste luchtwegen bestaan uit de neusholte, de mondholte, de keelholte en het begin van de luchtpijp. De onderste luchtwegen bestaan uit het verdere gedeelte van de luchtpijp met alle bijbehorende vertakkingen naar de longen: twee longkwabben links en drie longkwabben rechts. Daar bevinden zich de longblaasjes voor de uitwisseling van zuurstof en koolzuur.
De longarts is specialist op het gebied van diagnostiseren en behandelen van longaandoeningen.
Het ademhalingsstelsel staat echter ook in nauwe relatie met andere organen (b.v. hart en bloedvaten, lever), zodat de longarts zich altijd een algemeen beeld moet vormen van een patient alvorens zich te richten op het specifieke longprobleem. De opleiding tot longarts is derhalve erg breed. Een goede longarts kan niet functioneren zonder ook voldoende kennis te hebben van de Interne geneeskunde en Cardiologie. Daarom is een goede samenwerking met deze specialismen onontbeerlijk.
Welke ziekten behandelt een longarts?
Onderstaand volgen enkele voorbeelden:
- Astma
- Allergie
- Bronchitis, COPD (chronische obstructieve longziekte) en longemfyseem
- Longontsteking (pneumonie)
- Longkanker
- Sarcoidose
- Tuberculose (ook tuberculose welke zich bevindt in een ander orgaan dan de longen)
- Klaplong (spontaan of tengevolge van een ongeval)
- Longembolie en thrombosebeen
- Vocht achter de longen
Wat is het gevolg van roken?
Longartsen gaan dagelijks om met zieke rokers en patiénten die van het roken ziek zijn geworden of van roken last ondervinden. Roken veroorzaakt twee volksziekten die grotendeels ons werk bepalen: longkanker, die in Nederland één op de tien mannen zal treffen (en ook steeds meer vrouwen) en chronische obstructieve luchtwegziekten (COPD = Chronic Obstructive Pulmonary Disease), die één op de vijf rokers op oudere leeftijd zal invalideren. Van de nu rokende jeugd zal de helft van het roken chronisch ziek worden, circa acht jaar korter leven, en vijftien jaar van hun oude dag chronisch ziek doorbrengen.
Astma
Wat is astma?
Astma is een ontsteking van de luchtwegen. Door de ontsteking vernauwen de luchtwegen zich. De symptomen van astma zijn kortademigheid, piepen en hoesten. Het is niet altijd makkelijk om te bepalen wat er precies aan de hand is wanneer iemand deze klachten heeft. Sommige mensen die kortademig zijn en veel hoesten, denken dat ze chronische bronchitis hebben, maar hebben in werkelijkheid astma. Anderen daarentegen vermoeden dat ze astma hebben, maar bij hen is bijv. chronische bronchitis, overgewicht, een hartziekte of longemfyseem de oorzaak van hun kortademigheid. Wanneer u dit soort klachten hebt, bespreek ze met uw arts.
Astma verbetert meestal niet vanzelf. Wanneer er niets aan de astmatische klachten wordt gedaan, kunnen deze verergeren en op langere termijn de longen onomkeerbaar beschadigen. Het is natuurlijk verstandig om als astmapatiént zoveel mogelijk de factoren die een astma-aanval uitlokken te vermijden. Vermijd bijvoorbeeld rokerige ruimtes, neem geen huisdieren, maak uw huis zoveel mogelijk stofvrij en zorg dat de kamers voldoende worden geventileerd. Vaak zijn dit soort maatregelen echter niet voldoende om kortademigheid te voorkomen. Gelukkig bestaan er effectieve geneesmiddelen tegen astma, waarmee de kortademigheid meestal kan worden opgeheven.
De behandeling bestaat uit medicatie per inhalatie dat twee doelen nastreeft:
- Ontstekingsremming
- Luchtwegverwijding
Verder zijn er tegenwoordig medicijnen in tabletvorm die ook invloed uitoefenen op het ontstekingsproces. Echter deze medicatie is bedoeld voor een bepaalde groep astmapatienten en mogen uitsluitend worden voorgeschreven door een longarts.
Allergie
Wat is allergie?
Allergische reacties, of overgevoeligheidsreacties, zijn reacties van het afweer systeem van het lichaam, waarbij normaal lichaamsweefsel kan worden beschadigd. Als over een allergische reactie wordt gesproken bedoelen we daarmee reacties waarbij antistoffen (zogenaamde IgE antistoffen) een rol spelen. Wanneer de antistoffen antigenen (in dit geval allergenen) tegenkomen worden er chemische stoffen uitgescheiden die het omliggende weefsel beschadigen.
Allergenen zijn stoffen (moleculen) waartegen, normaal gesproken, geen reactie van het lichaam zou moeten worden opgewekt. Voorbeelden zijn plantenpollen, huisstofmijten, dierlijke huidschilfers, schimmels etc.
Soms wordt de term atopische ziekten genoemd waarmee asthma bronchiale, hooikoorts (allergische rhinitis), jeukende ogen (conjunctivitis), eczeem en dergelijken worden bedoeld.
Allergische reacties kunnen uiteen lopen van licht tot ernstig. Het kan variëren van waterige, jeukende ogen tot levensbedreigende ademnood.
Een diagnose kan worden gesteld aan de hand van de klachten van de patiënt, huidtesten of bloedonderzoek. De behandeling zal vooral bestaan uit het vermijden / verminderen van allergische prikkels dan wel met medicijnen die de allergische reactie blokkeren. Daarnaast richt de behandeling zich op verlichting van de klachten.
Is allergie te voorkomen?
Allergie komt veel voor bij kinderen, met name bij kinderen uit gezinnen waarin de moeder of vader èn een broertje of zusje bekend zijn met astma of allergie. Deze kinderen lopen een groot risico dit ook te ontwikkelen. Mogelijk is de toename van allergie te wijten aan een te steriele omgeving, of anders gezegd dat wij en onze kinderen tegenwoordig "te schoon" leven.
Bronchitis, COPD en Longemfyseem
Wat is Bronchitis, COPD en Longemfyseem?
Bronchitis betekent "ontsteking van de luchtwegen". Dit kennen wij in meerdere vormen:
- Acuut: meestal bij of na een verkoudheid en wordt veroorzaakt door een virus of bacterie. Over het algemeen gaat deze ontsteking weer vanzelf over en soms is er een antibioticum voor nodig; klachten zijn hoesten en of benauwdheid.
- Chronisch: deze vorm van ontsteking gaat niet over en is dus blijvend. Wel kan deze soms minder klachten geven en dan weer opvlammen en dus meer klachten geven. De klachten kunnen bestaan uit hoesten, soms met opgeven van slijm en benauwdheid in rust of soms alleen benauwdheid bij inspanning. Indien de bronchitis gepaard gaat met een blijvende vernauwing van de luchtwegen (obstructie) spreken wij van een COPD (chronic obstructive pulmonary disease, chronische obstructieve longziekte). Indien deze aandoening ook samengaat met verlies aan longblaasjes dan spreken wij COPD met longemfyseem.
Astma, longemfyseem en chronische bronchitis werden vaak met één naam aangeduid: CARA. Ze hebben allemaal te maken met ontstekingen van de luchtwegen. Maar de ontsteking bij astma heeft een andere oorzaak dan die bij chronische bronchitis en longemfyseem. Ook de behandeling is anders. Vandaar dat nu wordt gesproken over Astma en COPD (Chronic Obstructive Pulmonary Diseases). COPD is de nieuwe naam voor chronische bronchitis en longemfyseem.
Bij COPD is roken de belangrijkste oorzaak. Chronische bronchitis komt alleen voor bij volwassenen. Wanneer kinderen 'bronchitis' hebben, komt dat meestal door een virusinfectie.
Iemand met COPD wordt niet meer beter. Het is een chronische ziekte en de beschadiging is niet te herstellen. Een goede aanpak kan wel helpen om verdere schade te voorkomen en de klachten te verlichten.
Het is belangrijk om de klachten serieus te nemen. De behandeling van een longarts is een deel van de aanpak, daarnaast kunt u zelf veel doen.
Indien u rookt kunnen we u nu al een belangrijk advies geven: STOPPEN, want als u ermee doorgaat wordt chronische bronchitis steeds erger en kan deze aandoening ernstige gevolgen voor u hebben!
Heb ik COPD?
Wanneer u rookt en vaak moet hoesten, is dit een teken dat er iets aan de hand is, zeker wanneer u last hebt van het zogeheten 'rokershoestje'. Soms komt er bij het hoesten slijm omhoog. Wanneer u kortademig bent of u een piepende ademhaling heeft, is het zaak uw klachten serieus te nemen en uw arts te bezoeken.
Veel mensen denken dat kortademigheid normaal is als ze ouder worden. Dat is zeker niet zo. Het ademvermogen gaat wel iets achteruit, maar de ademhaling moet ook op hoge leeftijd zonder problemen verlopen. Als u kortademig wordt wanneer u bijvoorbeeld de trap oploopt of een stuk wandelt, is dat voldoende reden om naar uw arts te gaan.
Longkanker
Men spreekt van longkanker indien de kwaadaardige afwijking primair uitgaat van de long. Er zijn twee primaire vormen van longkanker te onderscheiden:
- Niet kleincellige longkanker
- Kleincellige longkanker
Tevens kunnen in de longen uitzaaiingen (metastasen) van andere kankersoorten voorkomen.
Kanker van de longvliezen kan primair uitgaan van het longvlies (mesothelioom) of uitzaaingen zijn van elders (Pleuritis carcinomatosa: bv bij patienten met borstkanker).
Niet kleincellige longkanker
Wat is niet-kleincellige longkanker?
Longkanker wordt onderverdeeld in de kleincellige en de niet-kleincellige vorm. Deze indeling berust op de kenmerken van de cellen maar zegt ook iets over de groeisnelheid van de tumor en de snelheid waarmee deze tumor zich uitzaait door het lichaam. Deze specifieke kenmerken hebben vanzelfsprekend ook gevolgen voor de gekozen behandeling.
De niet-kleincellige vorm van longkanker wordt gekenmerkt door vrij grote cellen. Deze cellen hebben ook een bepaalde rangschikking in het weefsel. Op grond van een aantal kenmerken van de cel en de rangschikking worden onderscheiden:
- plaveiselcel-carcinoom;
- adeno-carcinoom;
- en grootcellig-carcinoom.
De groeisnelheid van deze vormen is verschillend: de plaveiselcel groeit het langzaamst en de grootcellige tumorcel het snelst. Bovendien zaaien deze celtypen zich relatief langzaam (via de lymfebanen naar de lymfeknopen en via de bloedbaan naar verschillende organen) uit door het lichaam. In welk stadium van de tumorgroei dit precies gebeurt, is niet duidelijk. Dit komt omdat de tumor al langere tijd in het lichaam gegroeid is, voordat zij kan worden ontdekt. In de periode tussen het ontstaan van de tumor en het tijdstip waarop deze tumor vastgesteld wordt liggen soms vele jaren. In die periode kan de tumor zich uitzaaien door het lichaam.
Waardoor ontstaat longkanker?
De belangrijkste oorzaak van een longtumor is het roken van sigaretten. Ook het roken van sigaren en pijp vergroot de kans op het krijgen van longkanker net zoals sommige beroepen. Door de langdurige inwerking van door schadelijke stoffen veroorzaakte prikkels, ontstaan er veranderingen in het genetisch materiaal van de cel, waardoor deze uiteindelijk gaat ontsporen: de cel trekt zich niets meer aan van de normale verbanden en groeit onbelemmerd door mede ten koste van weefsel in de omgeving. Bovendien hebben deze cellen de neiging zich ook elders in het lichaam te nestelen en uit te groeien tot metastasen (= uitzaaiingen) van de tumor.
Wat zijn de symptomen van longkanker?
De symptomen van longkanker kunnen zeer wisselend zijn en zijn mede afhankelijk van de plaats en de grootte van de tumor en van eventuele uitzaaiingen. In het begin, als de tumor nog relatief klein is, hoeven er geen symptomen te zijn en wordt de tumor dikwijls bij toeval gevonden. Achteraf blijken er dan toch soms al meer vage algemene symptomen te zijn, zoals zich niet helemaal fit voelen, minder eetlust en soms ook wat vermagering. Symptomen die meer in de richting van longkanker wijzen zijn: veranderd hoestpatroon, bloed ophoesten, toename van de kortademigheid, herhaaldelijke luchtweg infecties, pijn in de borstkas, en pijnen elders in het lichaam afhankelijk van de mogelijke uitzaaiing.
Welke onderzoeken gebeuren er bij het vermoeden op het bestaan van longkanker?
De onderzoeken die worden gedaan, zijn erop gericht om vast te stellen of er werkelijk sprake is van longkanker, na te gaan of er sprake is van uitzaaiingen van de tumor en of de persoon wel of geen andere beperkingen heeft, waardoor bepaalde behandelingen niet mogelijk zijn.
Wanneer men met deze klachten die op longkanker wijzen naar de arts gaat, zal deze een aantal vragen stellen om achter de mogelijke oorzaak van de klachten te komen. Ook zal de arts willen weten hoe de algehele gezondheidstoestand van de patiënt is. Met name het voorkomen van hartklachten en de eventuele al bestaande longklachten moeten in kaart worden gebracht. De arts zal de patiënt onderzoeken en er hierbij vooral op letten of er vergrote klieren en een vergrote lever te vinden zijn. Bloedonderzoek helpt niet direct voor het vaststellen van een tumor maar kan wel iets zeggen of er in bepaalde organen uitzaaiingen zijn zoals de lever en het skelet.
Belangrijke onderzoeken zijn: een longfoto, waarop een mogelijke tumor is te zien; een CT-scan van de borstkas en de bovenbuik, waarop de precieze plaats van de tumor kan worden vastgesteld en de relatie met de omgevende weefsels. Ook eventueel vergrote lymfeknopen en eventuele uitzaaiingen naar de lever en bijnieren zijn hierop te zien. Een bronchoscopie (het in de luchtweg kijken met een flexibele kijker) maakt ook deel uit van het onderzoek, waarbij het mogelijk is weefsel te verkrijgen voor onderzoek. Afhankelijk van de klachten en de uitslagen van eerdere onderzoeken (lichamelijk onderzoek en bloedonderzoek) worden aanvullende onderzoeken gedaan zoals een onderzoek van het skelet (skelet scintigrafie) of een CT-scan van de hersenen, al of niet gevolgd door nader onderzoek door een neuroloog.
In sommige grote klinieken is het tegenwoordig mogelijk een PET-scan te maken, waardoor men een beter inzicht kan krijgen of er elders in het lichaam (de lymfeknopen en andere organen) uitzaaiingen zitten. Om er zeker van te zijn dat er geen uitzaaiingen zitten in de lymfeknopen in de borstkas doet de chirurg een mediastinoscopie (een kijkoperatie achter het borstbeen om stukjes van de lymfeknopen te kunnen uitnemen). Verder zal de arts hart en longfunctie controleren, door middel van een hartfilmpje en een blaastest. De conditie van deze organen is belangrijk om in te schatten welke behandelingen mogelijk zijn.
Welke behandelingen?
De behandelingsmogelijkheden bij longkanker zijn:
- operatie (chirurgie), waarbij de tumor met het omringende longweefsel wordt verwijderd
- bestraling (radiotherapie), waarbij de tumor en de aangrenzende lymfeknopen worden bestraald hetzij om te proberen genezing te bereiken hetzij om de klachten te verminderen
- behandeling met celdodende geneesmiddelen (chemotherapie), wanneer de ziekte reeds uitzaaiingen heeft
combinaties van behandelingsmodaliteiten zoals:
- chemotherapie gevolgd door chirurgie
- chemotherapie gevolgd door radiotherapie
- chirurgie gevolgd door radiotherapie .
Welke behandeling zinvol is, hangt af van de uitkomsten van de onderzoeken. Is er sprake van een lokale ziekte en zijn de long- en hart- reserves voldoende, dan zal een operatie worden voorgesteld. Zijn er uitzaaiingen van de tumor dan wordt gekozen voor een andere behandeling. Is er alleen sprake van uitzaaiingen in de lokale lymfeknopen dan wordt als behandeling (deels is dit nog experimenteel) chemotherapie gevolgd door chirurgie of radiotherapie voorgesteld. Zijn er uitzaaiingen op afstand dan wordt chemotherapie voorgesteld.
Kleincellige Longkanker
Wat is kleincellige longkanker?
Longkanker kan kleincellig of niet-kleincellig zijn. Ongeveer 20% van de gevallen van longkanker is kleincellig. Deze vorm van kanker kenmerkt zich door hele kleine, kwetsbare cellen die zich bijzonder snel delen. Hierdoor kunnen zij zich razendsnel door het lichaam verspreiden. Vaak is kleincellige longkanker dan ook al uitgezaaid op het moment dat klachten ontstaan. De behandeling van kleincellig longkanker is volkomen anders dan bij niet kleincellige longkanker. In de meeste gevallen zal er niet operatief worden ingegrepen, maar wordt er behandeld door middel van radiotherapie (bestraling) en chemotherapie.
De symptomen
De klachten of symptomen van longkanker worden niet alleen veroorzaakt door de tumor zelf, ook de eventuele uitzaaiingen door het lichaam en hun invloed op de werking van andere organen, kunnen klachten veroorzaken.
Klachten die als direct gevolg van de tumor ontstaan, zijn bijvoorbeeld: hoesten, opgeven van bloed bij het slijm, kortademigheid met soms een piepende ademhaling en herhaaldelijk optredende ontstekingen van de luchtwegen.
Ook als gevolg van de uitzaaiingen kunnen diverse klachten of symptomen optreden. Door vergrote lymfklieren kan een dichtdrukken van de holle bovenste lichaamsader optreden (vena cava superior syndroom) gekenmerkt door uitgezette aderen in de hals, opgezet gelaat en armen en klachten van hoofdpijn en pijn en stuwing in het hoofd bij het voorover bukken. Heesheid kan een gevolg zijn van het kapot gaan van de zenuw die naar de stemband gaat door druk van vergrote lymfeklieren of door de tumor zelf. Pijn in de borstkas kan optreden door ingroei in de borstwand. Slikklachten kunnen ontstaan door vergrote lymfeklieren die de slokdarm dicht drukken.
Omdat deze tumor zich snel uitzaait door het lichaam, kunnen ook klachten elders in het lichaam optreden. Botpijnen zowel in de rug als in de armen of benen berusten op uitzaaiingen in het bot. Hoofdpijn kan berusten op uitzaaiingen in de hersenen. Uitzaaiing in de lever kan pijn geven maar ook verantwoordelijk zijn voor geelzucht.
De tumorcellen kunnen ook een soort stoffen afscheiden, of endocriene klieren (klieren die bepaalde stoffen aanmaken of afgeven) beïnvloeden. Hierdoor kan bijvoorbeeld een laag natrium gehalte in het bloed ontstaan en het kalkgehalte in het bloed kan worden verhoogd. Ook kunnen er symptomen optreden die passen bij vervrouwelijking van de man zoals borstontwikkeling en verlies van het mannelijk beharingpatroon.
Onderzoek naar longkanker
Als er een vermoeden bestaat dat iemand mogelijk longkanker heeft, moeten er heel wat onderzoeken plaatsvinden. Met deze onderzoeken wil men erachter komen of er inderdaad sprake van een tumor is, hoe groot deze tumor is en welke behandelingen in aanmerking komen.
De arts begint met het afnemen van een anamnese (het stellen van gerichte vragen) om te achterhalen of de symptomen inderdaad in de richting van een kwaadaardige aandoening van de longen wijzen. Ook moet er worden vastgesteld of er nog andere gezondheidsproblemen zijn, met name van het hart en de longen. Er volgt een lichamelijk onderzoek waarbij er op gelet wordt of er vergrote klieren gevoeld kunnen worden, of er een vergrote lever is en of er andere tekenen zijn die kunnen wijzen op uitzaaiingen. Een longfoto wordt gemaakt om te kijken of er afwijkingen zijn, zoals een tumor en vergrote klieren, en vocht tussen de longvliezen.
Met behulp van een CT-scan wordt de plaats en de relatie tot de omliggende weefsels van de tumor duidelijker evenals het wel of niet aanwezig zijn van vergrote lymfeklieren. Gelijktijdig worden opnamen gemaakt van de lever en de bijnieren. De bronchoscopie (kijken in de luchtweg met een buigbare slang) maakt het mogelijk materiaal te krijgen voor pathologisch onderzoek.
Na de diagnose
Blijkt er inderdaad sprake te zijn van een kleincellige longkanker dan moet er meer onderzoek volgen. Bij het kleincellige longkanker gaat men er vanuit, gezien de snelle groei en de neiging om zich uit te zaaien door het lichaam, dat er sprake is van een uitgebreide ziekte (extensive disease) tot het tegendeel bewezen is. Gebruikelijk is om naast de CT-scan van de borstkas en bovenbuik een onderzoek naar de toestand van het skelet te doen door middel van een skeletscan (een onderzoek met behulp van een radioactieve stof) en onderzoek te doen of er uitzaaiingen zijn in het centraal zenuwstelsel doormiddel van een CT-scan van de hersenen. Door middel van laboratorium onderzoek worden eventuele uitzaaiingen opgespoord en wordt nagegaan of er afwijkingen zijn wat betreft het zout (natrium) gehalte en kalk (calcium) gehalte. Belangrijk is ook de meting het aantal witte bloedlichaampjes (leukocyten) en bloedplaatjes (thrombocyten) vanwege de mogelijke behandeling met cytostatica.
Welke rol de PET-scan speelt in de diagnostiek van het kleincellig longkanker is op dit moment nog onduidelijk.
De behandeling
Het voorgaande onderzoek is bedoeld om vast te stellen of er sprake is van beperkte (limited disease) of uitgebreide ziekte (extensive disease).
Wanneer er sprake is van zeer kleine tumor zonder tekenen van uitzaaiing volgt chirurgische behandeling waarbij de tumor met omringend weefsel wordt verwijderd, gevolgd door behandeling met chemotherapie. Dit laatste gebeurt om eventuele zeer kleine uitzaaiingen, die met de onderzoeken niet zijn te vinden, uit te roeien. Vaak wordt de diagnose kleincellige longkanker pas na de operatie gesteld.
Is chirurgische verwijdering van de tumor niet mogelijk, omdat er te veel uitzaaiingen zijn, is volgt behandeling met chemotherapie. Meestal gaat het hierbij om 6 kuren van een combinatie van verschillende celdodende geneesmiddelen. Als de ziekte beperkt is tot de borstkas en er een goede reactie op de chemotherapie is, dan volgt radiotherapie (bestraling) op de tumor en klieren in de borstkas en op het hoofd. Dit laatste is nodig, omdat geneesmiddelen niet goed doordringen in de hersenen en eventueel aanwezige microscopisch kleine uitzaaiingen daar niet worden uitgeroeid.
Overlevingskansen
Bij inschatten van overlevingskansen wordt altijd uitgegaan van gemiddelden. Dat zegt dus weinig over hoe het in een individueel geval zal vergaan.
De prognose van het niet kleincellige longcarcinoom is beter dan die van het kleincellige longcarcinoom.
Nog steeds zijn de behandelingsresultaten van longkanker met uitzaaingen teleurstellend. Chemotherapie geeft een beperkte overlevingsduur.
Daarom zal in de nabije toekomst de behandeling van longkanker zich meer gaan richten op preventie en vroegdiagnostiek.
- Preventie in de zin van stoppen met roken en bepaling c.q. manipulatie van erfelijke factoren.
- Vroegdiagnostiek is reeds mogelijk bij patienten met een verhoogd risico op het krijgen van longkanker middels een bepaalde bronchoscopietechniek. Met speciaal licht worden de luchtwegen binnenin bekeken en verdachte plekjes, die met het blote oog niet te zien zijn, zo toch reeds in een zeer vroeg stadium kunnen worden gediagnostiseerd.
Ook in Barcelona zijn er klinieken, waaronder CIMA, die zich met deze vorm van preventieve geneeskunde bezighouden.
Sarcoidose
Wat is de ziekte van Besnier Boeck / Sarcoidose?
Sarcoidose, of de ziekte van Besnier-Boeck-Schaumann, is een ziekte van onbekende oorsprong, waarbij in vele organen een ontstelingsreactie kan optreden met een ophoping van ontstekingscellen (granulomen). Sarcoidose komt met wisselende frequentie in de hele wereld voor. Sarcoidose ontstaat vooral in de leeftijd tussen 20 en 40 jaar.
De ziekte heeft verschillende verschijningsvormen; de plaats van optreden en de ernst van het ontstekingsproces bepalen meestal het ziektebeeld. De aandoening kan variëren van (sub)acuut tot een chronisch ziektebeeld. De tijdsduur van het (sub)acute ziektebeeld is meestal niet langer dan twee jaar, de chronische meestal meer dan twee jaar.
De symptomen van sarcoidose kunnen dus sterk variëren: koorts, gewichtsverlies, moeheid en gewrichtspijnen kunnen de eerste aanwijzingen zijn. Sarcoidose kan ook zonder klachten of verschijnselen verlopen waarbij de diagnose bij toeval, bijvoorbeeld bij een keuring, gesteld wordt naar aanleiding van afwijkingen op de thoraxfoto. De longen worden het meest aangetast. Op een thoraxfoto worden dan vergrote lymfeklieren gezien, soms ook met afwijkingen in de longen zelf. Dit leidt vaak tot klachten van hoesten en soms kortademigheid.
Sarcoidose komt ook vaak in de huid voor en begint dan met pijnlijke rode verhevenheden, meestal op de schenen, het zogenaamde erythema nodosum, die gepaard gaan met koorts en gewrichtspijnen. Er bestaat een (sub)acute vorm van Sarcoidose die zich manifesteert met algemeen ziek voelen, koorts, erythema nodosum, gewrichtsklachten en soms oogontsteking (uveïtis) die tesamen het syndroom van Löfgren wordt genoemd. Deze vorm komt meestal bij jonge vrouwen gezien.
Sarcoidose kan overigens ook voorkomen in de lever, hersenen, en botten.
De sarcoidose wordt onderverdeeld in vier stadia:
- Stadium I: alleen klierzwellingen zichtbaar op de thoraxfoto
- Stadium II: klierzwellingen en streperige of ronde kleine afwijkingen op de thorax foto
- Stadium III: geen klierzwellingen zichtbaar op de röntgenfoto, maar uitgebreide afwijkingen in de longen
- Stadium IV: een beeld van longfibrose, met ernstige veranderingen op de thoraxfoto, met schrompeling en vernietiging van het longweefsel
De diagnose wordt meestal gesteld aan de hand van de afwijkingen op de thoraxfoto; bij huidafwijkingen door middel van een biopsie van de huidafwijking. Indien de afwijking zich alleen op de thoraxfoto manifesteert zal microcopisch onderzoek van weefsel en/of vocht uit de longen worden uitgevoerd. Dit vindt plaats door middel van een bronchoscopie of een bronchoscopische lavage = longwassing. Bij een bronchoscopie met lavage wordt onderzocht of er een veranderd aantal witte bloedlichaampjes in het spoelvocht aanwezig is, soms wordt ook een stukje longweefsel uitgenomen en onderzocht.
In het bloed kan een onderzoek gedaan worden naar een stof het angiotensin converting enzyme (ACE) en een onderzoek worden gedaan naar veranderde verdeling van witte bloedlichaampjes (CD4/CD8-ratio).
De behandeling van de ziekte is slechts in een minderheid van de gevallen noodzakelijk. Om ernstige klachten als kortademigheid, koorts of gewrichtspijnen te onderdrukken worden wel corticosteroïden (prednisolon) voorgeschreven maar wordt toch vooral gereserveerd voor patiënten met ernstige longafwijkingen of ernstig gestoorde longfunctie.Bij het chronische verloop is soms langere of kortere tijd een behandeling nodig met corticosteroiden of ontsteking-remmende-middelen (niet steroiden anti-inflammatoire geneesmidden = NSAID).
De prognose is wisselend. De meeste mensen met een sarcoidose herstellen spontaan binnen 1 - 2 jaar. Dit komt voor in 70 - 80% van de gevallen. Bij 10-15% van de gevallen gaat het acute stadium over in een chronische. Bij negroide patiënten blijkt de ziekte veelal langduriger en ernstiger te verlopen. Een leeftijd van meer dan 40 jaar leidt veelal tot een vertraging van het spontane herstel.